

Ik kan zo geraakt worden door bloemen. Door een herinnering. Een geur die je overvalt in het voorbij stappen. De verscheidenheid van de vorm van de blaadjes. Om hun mooie naam. Het nonchalante. Sommige bloemen zie ik liever in de knop. Maar ik hou ook van een bloem die net op het punt staat haar blaadjes in het rond te strooien. Nabloei kan zo krachtig zijn.
Pioenrozen. Madame Bovary, de roze roos. De struik wil dit jaar niet in bloei komen. Het is een gemis. Ik kan het dan niet nalaten om telkens mijn neus in de buurt van haar hart te brengen. Zo bedwelmend. Anemonen. Ik wordt op dit moment ook hebberig van de gewassen in de graskant. Ik passeer zo een plaats en moet stoppen en verzamelen: boterbloemen, fluitekruid, wilde margrieten, grassen. Droom van een voortuin met grassen en hoge bloemen die verwilderen. Tulpen. Seringen. Akelei waardoor ik verdwaald raak in de schilderijen van de gebroeders Van Eyck. Madeliefjes. Lavendel. Leeuwebekjes. Papavers. Korenbloemen. Zonnebloemen. Wilde klaver. Vergeet-me-nietjes. Van veel bloemen weet ik helemaal de naam niet. Omdat ik er alleen zo graag naar kijk.
Ik hou wel niet van die samengestelde bloempakketten die worden aangeboden in de supermarkt. Geef mij maar één onnozel bloempje. Al groeide het tussen de stenen van jouw stoep. Mooier kan het niet. Dan is alles vol rozengeur en maneschijn.