Posts tonen met het label inspiratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label inspiratie. Alle posts tonen

23.10.12

gekeken























Gekeken. Van binnen naar buiten. Buiten naar binnen. Hoe de herfstzon schaduw tekent.
Gewoon op zoek naar ander licht. Naar de verrassing.

11.9.12

twee
























Ik kan niet wachten om de dingen met beide handen aan te pakken. Nog twee dagen. Twee. En dan verloopt alles weer normaal. Hoop ik.

Basile in een getekende versie van Tine en ik.

1.9.12

1913





 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Op weg naar school, deed ik een klein ommetje via de rommelmarkt. Een kartonnen doos met foto's en oude briefwisseling bracht me in de verleiding om te snuisteren. Ik bracht een kleine selectie mee.
Familiefoto's en een klein notitieboekje met dagboekfragmenten uit 1913, adressen van genodigden, lijstje met trouwcadeau's, boodscappenlijstjes die vereffend zijn... Op de kaft: M. De Ridder, binnenin nog Schootenhof toegevoegd. Ik had de hele doos moeten aankopen. Wie weet welk verhaal hier achter schuil ging.
 
De monogramkaart komt van een handwerkwinkel die uitverkoopt, vlakbij het kinderatelier.
 
Ik ben in mijn verzameldagen.
 

14.5.12

folklore









Op zondag hebben we het koffiekletsen even onderbroken om met de familie een wandelingetje te maken naar het Museum voor folklore in Grotenberge. Zondagse en doordeweekse kamers uit de oude pastorie die gevuld zijn met vergane glorie. Schoeisel en lederwaren. Hoeden. Handschoenen. Nijverheden die vroeger heel dicht bij huis konden of zelfs thuis, tussen het koken en het moederen.
(Mijn grootmoeder langs vaders zijde - ik heb ze nooit gekend - bracht 8 kinderen groot en vlocht tussendoor het bovenstuk van schoenen (tressé) die dan later per stuk werden betaald en opgehaald.)
Ik zag een aantal items waar ik zo de straat mee op wou. De lederen schoudertas, schoenen in een groter formaat, hoed met blauw stiksel, lederen of gehaakte handschoenen. Op mijn zondags. Doordeweeks.
Zou men fluisteren: 'Kijk daar, madame folklore?'





28.12.11

tekenen






















Plezier in het tekenen. Ik lees het in 'Istanbul' van Orhan Pamuk. (Deze auteur vult weer mijn dagen). Ondertussen heb ik het ook al een aantal keer herlezen. Misschien krijg ik hier meer antwoord op de vragen die in mijn hoofd bewegen na de laatste opdracht in het kinderatelier. Want daar gaat het bij ons om. Wij spreken van goesting hebben. Plezier in het tekenen. Zonder kunnen we geen stap verder zetten.

Ik hield ervan om bomen te tekenen. Ik maakte een tekening van een boom. Eén enkele boom. Dan gaf ik hem razendsnel takken en bladeren. Ik tekende de bergen op de achtergrond die tussen de takken en het gebladerte zichtbaar waren. Daar weer achter zette ik twee nog grotere bergen. Geïnspireerd door de Japanse prenten die ik later zag plaatste ik helemaal achteraan de hoogste en gevoeligste berg. Mijn hand wist inmiddels precies hoe hij die moest tekenen. De wolken en de vogels die ik tekende stonden op papier zoals de vogels en de wolken die ik op plaatjes had gezien. Ik tekende ze na van mijn herinnering aan die plaatjes, maar het waren mijn tekeningen en de bomen, bergen en wolken stonden erbij alsof ze echt waren. Als de tekening bijna af was kwam het leukste. Op de top van de hoogste berg, achter de bergen in de verte, gaf ik de sneeuw aan....

Het plezier ging ook gepaard met weten dat je gewaardeeerd wordt, dat hij een knuffel of een kus kon krijgen. Een verrijking van het leven. Blanco tekenpapier strelen en van de geur houden van verfdozen, potloden.

Florence maakt deze dagen wat ruimte in haar kast. Ze vond haar schetsboek 'Engeland' terug. Links steeds een tafelscene met een gezellig brandende lamp. Rechts het huis, waarin dan een kind ging slapen. Bladzijde na bladzijde.
De andere tekening maakte ze naar een werk van Edgard Tytgat. Ik heb deze in veiligheid kunnen brengen. Ze lag opgerold klaar voor de papierslag. 
(Ze was vijf bij Engeland, acht bij Tytgat.)

12.10.11

cyclamen




















Roodzwart gedroogd. Geprikt op de wand. Elke bloem die zich volgroeid krult en als restant ligt te pronken op de schoorsteenmantel. Bij de tuinshop staan ze altijd weelderig te bloeien. Thuis duurt dat niet lang. Ze horen op een koele plaats te staan. Maar daar heb ik zo weinig aan ze. Ik wil ze in de knop zien. Ontluiken. Zich draaiend naar boven. Ontplooien. Vallen. 
Een tekening van zes jaar terug. Sulfina met cyclamenhoed een jaar later. Vandaag heb ik niet het gevoel dat ik er iets mee moet. Ze hangen. Om te bekijken. Om me te verwonderen. Dag na dag.

8.6.11

zalig






















Deur op slot. Mobieltje uit. Klara. Een kiertje buitenlucht. De zintuigen stonden op scherp gisteren. Dan laat ik alles vallen. Zonder me af aan de werktafel. Tot de dames van school komen. Luister naar hun alweer hilarische verhalen. Maak wat te eten. Sluip stil de trappen op. Mag ik het uitschreeuwen? Gisteren was zalig.

3.5.11

ruimen






















Mijn plaats onder het dak kon wat opklaringen verdragen. Buiten schudden de bomen hevig heen en weer. Heb het dakraam op een kier gezet. Met wat daadkracht erbij heb ik een frisse wind door de bovenverdieping laten waaien. Rommel geselecteerd. Oud papier verzameld. Rust gebracht door dan weer wat overbodig materiaal naar de kelder te brengen. De kers op de taart voor mij, na een dagje ruimen, is een akelei in een vaas naast het bed zetten. Op de kast ander materiaal samenbrengen. En uitgestrekt op bed, beginnend met een diepe zucht van opluchting, genieten van de stilte.

1.3.11

krokusidee




































'Misfit' zorgt voor inspiratie. Het boek ligt op tafel en tussendoor verandert de kaft van kleur en vorm. Alice kwam gisteren op een creatief idee voor de krokusvakantie. Ze zocht voor mij en voor haar een foto uit het boek. Dat wordt ons vertrekpunt. We gaan iets maken. Florence ziet het nog niet echt zitten om te 'participeren' in het project van haar zus. Ik heb twee foto's voor haar uitgekozen, uitgeprint en op haar schoorsteenmantel gezet. Wie weet begint er toch iets te kriebelen?
Vandaag heb ik mijn foto aangevuld met bijkomende inspiratie. Een gebroken borrelglaasje, stukje uit een schilderij van Berthe Morisot, gedroogd hart van de bloem van de tulpenboom... Mijn hoofd borrelt, mijn vingers jeuken, maar ik moet eerlijk spelen. Pas zaterdag is het officieel vakantie.

7.2.11

muziek






















Florence had in de vooravond examen cello. Gespannen zat ze te wachten in het inspeellokaal. Alice en ik zaten in de binnentuin haar beurt af te wachten. Luisterden om het hoekje mee. Klonk goed. Maar wij zijn geen experten.
Zij weet niet wat ze er moet bij denken. 
Ondertussen droomde ik weg. Geen huis in de stad kan ik bekijken zonder te spelen met gedachten hoe het leven binnenin zou zijn. Ik zag al een grote tafel in de tuin. Veel vrienden. Spelende kinderen. Het examenlokaal zou een leefkeuken zijn. Open ramen. Muziek die de stad inwaait. Leeszetel onder de sparrenbomen op warme dagen. Een atelier in de vroegere stallen...

27.1.11

minne





















(Men had aan Minne geschreven: 'Zoek aardappels, en gij zult verzen vinden.' Hij antwoordt:) Ik zoek aardappels, ik vind aardappels. - in: Wolfijzers en schietgeweren van Richard Minne

Minne vandaag. Om wie woorden wil minnen. Of iemand wil minnen met gedichten. Misschien moeten we vandaag alle openingen dichten. Met letters.Groot. Mooi. Aards. Hemels. Anders dan gisteren in ieder geval.

Ik wandelde gisteren langs water en zag gevoelens weerspiegeld. Een brugmoment. Van een herstelperiode naar weer aan het werk.  En het voelde goed. Heel goed.


Jaren terug dweepte ik een periode met Richard Minne. Na een lezing van Arne Sierens wou ik alles onder ogen krijgen van die man. Richard die zich langs de aardappelen en zijn koe Tobie heen walste op de meetjeslandse velden, zijn hoofd en hart in de stad liet zweven. Daartussen woorden weefde, zo aardvast en donker lachend tegelijkertijd. Ik voelde me daar op één of andere manier mee verwant. En toen heb ik zijn gedichten verknipt en nieuwe zinnen gemaakt. Ik ben ze gaan etsen.

18.1.11

Rose




















Het lezen was sinds november niet meer gelukt. De concentratie was weg. Het genieten. Het verontrustte me. Ik keek in boeken. Ben onze huisbibliotheek doorgegaan. Plaatjes kijken. Maar dat plaatjes kijken laat me nu de woorden herlezen waar ik twintig jaar geleden vol van was.Het lezen kan weer. 'Camille Claudel'. Op de kunstschool vonden de docenten het toen maar niets dat ik zo opging in het geromantiseerde liefdesrelaas met Rodin. Die docenten waren mannen en ik als jonge vrouw vroeg me af waarom we (toen) zo weinig wisten van vrouwelijke kunstenaars. Ik was toen ook een beetje een kind van Simone de Beauvoir. Ja, ik stelde toen heel veel in vraag. 
Terwijl ik nu rond dit verhaal opnieuw kijk naar werk van Rodin, naar foto's, het verhaal van toen relativeer, is er een andere vrouw uit zijn omgeving die me fascineert. Rose Beuret. Dan lees ik dat op 18 januari 1866 haar eerste kind werd geboren: August-Eugène Beuret. In andere informatie is de geboortedatum 5 dagen later. 
Rose en Rodin liggen naast elkaar begraven in Meudon, onder 'de denker'.
Boeiende woorden en gedachten om tussen het haken, naaien en kijken in het verleden bij stil te staan. Of mee door te gaan?

11.9.10

ik, vlinder






Niet het seizoen voor vlinders. Toch een prachtige nazomerdag. Sinds gisteren weet ik hoe 'ik, vlinder' in het Fins klinkt. Minä Perhonen. Dat dit staat voor de ontwerper Akira Minägawa waar we stilaan allen voor aan het fladderen gaan. Bij dit artikel krijg ik vleugels. Beeld, tekst. Opnieuw en opnieuw. (portret op p.119 in Elle wonen, oktober 2010)
Wat zal ik eerst gaan doen? Is het één niet te voor de hand liggend? Maak ik een serie van het ander?
Bevestig ik de stukgeknipte stukken op een eerder lap die is blijven liggen? Maak ik plaats voor iets anders?
Misschien eerst nog even bladeren in het tijdschrift en weer minutenlang staren naar de foto's en dan...

6.9.10

restanten






Het kleine uitstalraam van Sofie Lachaert in de Zwarte Zusterstraat te Gent lokt me al jaren. Mijn ogen zuigen de schoonheid en de eenvoud van wit. Duidelijke vormen. Vormen waar gevoel in shuilt. Het is een concept waar ik heel veel bewondering voor heb. Maar geen budget. Durf dan ook nooit binnenstappen en plak meestal met mijn neus tegen de ruit. Een tijdschrift is voor mij dan ook een heiligdom: ik kan binnengluren en genieten zonder ik rekening hoef te houden met wat ik kan of waar ik helemaal niet de mogelijk toe heb. Zo ligt al een tijdje op mijn secretaire een oudere Elle-wonen open. Een ander logeeradres van Sophie Lachaert te Tielrode. De plaatsing van meubelstukken en gebruiksvoorwerpen (design en oud) in de ruimte, het vleugje rood, het licht. (Gisteren schreef ik over een ander project: 'Sleeping out of the box'.)
In huis is er ook een twist tussen restanten uit een andere tijd en nieuw. Er staan stukken uit noodzaak, met andere speel ik. Wissel ik. Er is geen eenheid. Nog niet en misschien ook nooit.
En er zijn de tijdelijke restanten waar ik de laatste tijd voor val. Het kaarsvet dat van de wiek druipt. Het hart van de framboos (nadat ik elke sappig rood bolletje op de tong heb laten knallen).