28.10.11

de weg





















Door ons dorp heen is jaren terug een Industrieweg getrokken. Rechts van die weg ligt de werkzone voor veel van onze dorpsbewoners en mensen uit onze gemeente. De dorpskernen liggen er vereenzaamd ingeplant tussen de industrie en de nieuwe haven. Eén oude wijk is volledig van de kaart geveegd. Doel in het klein. 
Links van die weg de woonzones. Kleine bosjes. Landelijke wegen. In het oor gedruis van de industrie. Auto's die zich haasten om hun vrijdagse bestemming te bereiken.
Als ik daarlangs fiets denk ik na of ik die weg ook bij mijzelf kan aanleggen. De scheidingslijn tussen leven en werken. Mul zand omploegen tot stevig beton? Of hou ik het bij een dun paadje waar ik af en toe van kan afwijken?




 

27.10.11

op en rond




















De werktafel. Meer heb ik niet nodig vandaag.

25.10.11

herhaling



















Ik treed in herhaling. Hetzelfde. Elke dag opnieuw. Met een twist. Of thema met variatie.

22.10.11

hazen?























'Zie je de hazen lopen misschien?' Alsof die fietser nog nooit een vrouw met een fotocamera had gezien.

21.10.11

creaties














 



















Creaties van moeder natuur. Gevonden aan de rand van het gerooid aardappelveld. Liefdespaar. Venus en Torso. Achtergelaten op een paaltje langs de weikant. In een greppel. Voor wie het zien wil.

straks?



















Vergezellen jullie me straks? Na het middagmaal maak ik een fietstocht(je). Om nog eens wat frisse lucht op te snuiven. Voor een 'zee van tijd' gevoel. Om in beweging te blijven. Het hoofd leeg te maken. Nieuwe kleuren te zien. Als ik dan wat vermoeid thuis kom, verwen ik mezelf en wie mee aan tafel zit met brownies die lichtjes zijn bestoven met poedersuiker. Haal ik mijn mooiste kopjes boven. Schenk ik koffie of thee. Of iets sappigs. En ik luister naar de verhalen. Van dochterslief. Over hun vroege ochtend met de jeugdbeweging. Hoe het doorliep op school. Ik zal luisteren met een leeggemaakt hoofd.

20.10.11

notitie




















"In de natuur bestaat zwart niet," zei een schilder, die als bewijs altijd alleen maar blauwe inkt gebruikte. {...}

21 februari 1925. André Gide.

18.10.11

zonder woorden


















Soms lijkt het alsof alles wat ik wil vertellen al honderden keer voor mij is overdacht. Getoond. Geschreven. Dat ik niets kan toevoegen. Vervormen. Ontplooien. 
Dan moet ik de moed vinden het enkel voor mezelf te noteren. Te maken.


Rondom mij. Heel luid. Alsof ik erin woon speelt Mischa Maisky Songs without Words. Soms kan het zonder woorden. Opnieuw en opnieuw. 


Ik blijf proberen.


16.10.11

zondag
























Negen uur. Vilvoorde. Vroeg op een zondagochtend. Florence om meer dan twee uur intensief te trainen. Ik zat erbij en ik keek ernaar.

15.10.11

vroeg



















De maan was zo vol van Spilliaert deze morgen. De camera was niet in staat vast te leggen wat ik zag. Ik had potlood of houtskool moeten nemen. Het was te vroeg. Te vroeg.

13.10.11

de stap



















Op reis gaan is jouw grens verleggen. Dat doen we in het kinderatelier. De kinderen trekken vaak een denkbeeldige lijn. Tot hier. Ik ben klaar! Er wordt op mijn rug getikt. Aan mijn schort getrokken. Inge, ik ben klaaaaaar! Wat zegt enge Inge dan? Maar nee. Wat ik nu zie is een prachtige tekening. Maar we zetten nog een grote stap verder. Herinner je nog de prenten die we daarnet zagen? Hoe de kunstenaar nadacht over het tekenen van gras. Met pen en inkt. Van water. Blaadjes aan de bomen. Lucht. Wat kunnen we met onze pen? Streepjes zetten. Gebogen lijn. Dik en dun. Punten. Dicht bij elkaar.  Ver van elkaar. Dat kunnen wij ook proberen. 
Wat hoor ik wat later? Inge, ik ben klaar met mijn eerste stap en nu zet ik een grote stap verder. 

Pentekeningen van Dorothée, Miel, Victor en Briek.

12.10.11

cyclamen




















Roodzwart gedroogd. Geprikt op de wand. Elke bloem die zich volgroeid krult en als restant ligt te pronken op de schoorsteenmantel. Bij de tuinshop staan ze altijd weelderig te bloeien. Thuis duurt dat niet lang. Ze horen op een koele plaats te staan. Maar daar heb ik zo weinig aan ze. Ik wil ze in de knop zien. Ontluiken. Zich draaiend naar boven. Ontplooien. Vallen. 
Een tekening van zes jaar terug. Sulfina met cyclamenhoed een jaar later. Vandaag heb ik niet het gevoel dat ik er iets mee moet. Ze hangen. Om te bekijken. Om me te verwonderen. Dag na dag.

11.10.11

wolken



















Ik zweef vandaag met mijn hoofd in de wolken. Buiten. Door het zolderraam. Ik zag ze geschilderd. En in oude dozen. Ben in de wolken.

10.10.11

rustdag

















Vandaag neem ik een rustige dag. De afgelopen dagen waren druk. Kinderatelier. Volley. En de jeugdbeweging hield haar jaarlijks bouwfeestweekend. Op zondag een afsluiting met de sneukeltoer. In de regen. Veel wind.
Een sneukeltoer is een fietstocht waarbij je af en toe een stopplaats hebt om iets te sneukelen. Te proeven. De ouders van de werkgroep maken de gerechtjes zelf klaar. En dat zorgt voor wat stress. Wat je misschien klaarmaakt voor 6 personen, moet je nu bereiden voor 140 personen. Ik werk al vijf jaar samen met Martine. Dit jaar maakten we verse courgettesoep. Dat konden de fietsers waarderen.
We waren deze week nog van locatie veranderd. Gelukkig maar. Konden de mensen en kinderen wat opwarmen. Beetje drogen.
Vandaag dus alles een versnelling lager. Moet ook lukken.

7.10.11

optelsom



















Vrijdag. Alsof het pas gisteren maandag was. Een week van uitproberen. Van beslissingen nemen. Van heel veel kleine dingen die afgewerkt of voorbereid moesten worden. Een optelsom met tussenin een kleine rustpauze. Rust.
Deze week hebben we een stevige knoop moeten doorhakken. De uren die Florence moet trainen en spelen kunnen niet meer gecombineerd worden met de lesuren in de muziekschool. Er is dagen gepuzzeld. Overwogen. Volgende week pakken we de cello in en brengen hem terug naar de academie. Het zal stil worden in huis. Haar hoekje zal leeg zijn.
Als troost probeer ik vandaag de 'bokek' uit. Een combinatie van basisrecepten van Meneer Bloch. Ik kan er totaal naast zitten. Echt slecht kan het niet worden. Je hoort er nog wel van.

6.10.11

Loes van der Horst

















'Weven kon ik combineren met kinderen'. Ik las deze woorden gisteren. Ik hoorde ze vijf jaar geleden en ben ze niet meer vergeten. 2006. September.
Op de televisie was toen een reeks 'Tijd van oogsten' te zien. Paul van Vliet ging in gesprek met o.a. Loes van der Horst. Zonder ooit haar naam gehoord te hebben werd ik geraakt door haar werk. Het atelier. De tentoonstelling die (als ik het me goed herinner) aanleiding gaf tot dat gesprek. Eén zin gaf me toen heel veel courage. Met textiel werken kon ik combineren met kinderen. Die jaren werkte ik niet met stof. Met naald. Met draad. Had geen flauw vermoeden dat dit mijn middelen konden worden. Ik maakte vooral aquarellen van wolkenluchten. Af en toe een schilderij. Het was een voortdurend nemen van tijd, toen.
Gisteren viel me een boek van haar werk in handen. Monumentaal. Ruimtelijk. Vroegere werk uit de jaren met kinderen. Kwetsbaar. Vragen over slijtage. Over vouwen en vervormingen. Tijdloos.

5.10.11

Meneer Bloch



Bakkers. Het worden witte raven. Toegegeven. Het is leven en werken als de wereld slaapt en slapen als wij leven. Klant is koning. Toegewijde bakkersvrouwen. Groot assortiment. Toegegeven. Ik moet ook vaak wat kilometers afleggen om het brood te kunnen kopen dat ik lekker vind. Geen schuimig deeg waar je blijft van eten. Een paar huizen van een bakker vandaan wonen. De versgebakken lucht in de slaapkamer ruiken. Diezelfde ochtend met diepgevroren brood thuiskomen. Niets voor mij. Ik hou van brood waar je het kneden kan smaken. Waar je de passie proeft.
Toegegeven. Vroeger had ik mijn vaste adressen. De natuurbakkerij. De bakker en zijn vrouw stopten ermee en trokken naar Frankrijk om er een klein hotelletje te runnen. Het was dicht bij mijn werk en op donderdag haalde ik er altijd bijzonder lekker chocoladekoeken. Dat ga je missen. Maar we gingen ook bij meneer Bloch in de Veldstraat. Daar deed ik doordeweeks dan ook graag een ommetje voor. Het provencaals bruin. Het speltbrood. De soepstengels. Stokbrood. Chocoladebrood op zaterdag en de bijzondere bokek van chocolade en sesam. Pain à la Grecque. Vaak wachten tot buiten. Aanschuiven langs de koperen railing. Staren naar de etalage. Water dat je in de mond komt. Op het laatste moment toch even je keuze veranderen. Besteld worden en dan wachten tot meneer Bloch met jou afrekende. Het bijzonder op prijs stelde als je een eigen tas bij had. Je kocht er jouw dagelijks brood en een dosis nostalgie. Belevenis. Ambacht.
In maart zal het vier jaar zijn dat de bakkerij zijn deuren sloot. We stonden mee in de rij, de laatste dag. Om nog één keer te proeven wat we gingen missen. Maar nu is er het boek met een selectie recepten. Er komen drie delen. De basisrecepten zijn net uitgebracht. Gisteren heb ik de boterkoeken/expo's gebakken. Deze ochtend was er zondags ontbijt. Het heeft gesmaakt. Toegegeven, meneer Bloch, niet zo lekker als wij ze bij jou haalden. Maar dat gevoel dat het er toch nog een beetje in schuilt...

4.10.11

kermisblauw



Nog steeds kermisblauw. Hetzij in een andere vorm. Neutraler. Vind ik. Uitnodigend. Hoop ik. Dit op een dag dat de lucht grijzer wordt. De vogels minder zingen. Koudere lucht door het open raam komt. Een dag anders dan gisteren. Toch neem ik diezelfde naald en draad weer in de hand. En vorm. Kijk. Zoek met woorden. Kermisblauwe woorden.