31.7.10

volgeladen




Bijna oef! De voorbije 2 dagen waren afgeladen vol. Van het ene in het andere getuimeld. En toch waren er ontspannende momenten tussen. Mijn zus was gisteren jarig en dat werd gevierd. Tine was hier en ze heeft een mooie feestkroon voor haar mama gemaakt. We mochten ook de voetjes onder de buitentafel, onder de perenboom, schuiven in het aards paradijs. Na het kamp gaan we daar de dieren verzorgen en genieten van de rust, het prachtige huis en de natuur. Tassen werden gepakt. En dan toch nog moeten vaststellen dat er wat ontbrak. Tussendoor nog eens de stad in. Voor een ditje en toch nog een datje? Mijn wagen is volgeladen. Straks gaat alles de vrachtwagen op. En morgen met z'n allen naar Brasschaat!
Geniet allen van de komende dagen. Ik ga er even tussenuit. Ondertussen zal ik gedachten weer aan papier toevertrouwen. Tot binnen drie weken!

29.7.10

vier






Vier op een rij. Van links naar rechts. Acht uur deze morgen.

28.7.10

pompelmoes en groene thee






Doorheen het huis waait een frisse geur van pompelmoes en groene thee. Een kale man, flink gespierd, keek deze ochtend heel stoer naar me. De armen zelfverzekerd in elkaar gevouwen. Daar bezwijk je toch voor? Dank u, Mr. Propre, zonder jou was het wellicht niet gelukt. Het huis is ondersteboven gezet. Elk hoekje en kantje mag gezien worden.
Niet voor lang meer. Want in de oven is net een biscuitgebak geschoven. Straks klop ik heerlijk zoete slagroom. Bestrijk de taart met een (dikke) laag en bedek het geheel met frisse aardbeien.
Nog even is alles rustig. Vanaf morgen hectische drukte. Zondag vertrekken we op kamp en er moet nog het een en het ander gebeuren.

26.7.10

ik zie






AANTEKENINGEN BETREFFENDE DE VOORWERPEN DIE OP MIJN WERKTAFEL LIGGEN. Georges Perec's notities, die in een privé-domein gebundeld zijn, liggen op mijn werktafel. Het begint met 'Er liggen veel voorwerpen op mijn werktafel.' Ik kijk rond en moet vaststellen dat ook mijn tafel vol ligt. Er is nog plek om een katoentje te leggen en er aan te werken. Er rond een bord met garen en materiaal dat ik bij de hand wil hebben. Aantekeningen. Inspiratie. Potje met speldjes. Klossen. Aquareldoos. Schetsboeken. Boeken. Mallen. Zak met linten. Restjes. Vaasje, de bloemen zijn verdord.
Ik durf het allemaal wel te beschrijven. Niet te tonen. Wat ik toon straalt toch een zekere orde in de wanorde uit. Het is ook meer het randgebeuren.
'Mijn werktafel ruim ik vrij vaak op. Dat houdt in dat ik alle voorwerpen eraf haal en ze een voor een weer op hun plaats terugzet.' Doe ik ook. En net als bij Perec vindt dit zelden toevallig plaats: 'op onbestemde dagen waarop ik niet goed weet of ik aan de slag zal gaan of me vastklamp aan louter terugtrekkende bewegingen: rangschikken, ordenen, opruimen..'
De wand wisselt vaker tijdens het proces. Ik print een tussenstap uit. Leg er iets bij. Haal wat weg. Soms mag het aardig vol staan en zoals nu wil ik bijna niets. Helemaal leeg kan niet. Mijn geest heeft voedsel nodig. Elke dag opnieuw. Elke dag.

'Ik ben geboren' van Georges Perec. Amsterdam: Arbeiderspers, 2003. (Privé-domein, Nr. 251)

25.7.10

figaro en sophie




De hond die ik gisteren toonde, is een uitprobeersel van me. Toen ik vijf jaar geleden voor het eerst een kinderatelier had wou ik mummies maken. Vaak probeer ik eerst een opdracht uit. Dan kan ik de moeilijkheden beter inschatten.
De kinderen werd gevraagd een foto mee te brengen van iets wat hun dierbaar was: knuffel, papa, overleden huisdier... Eén meisje had haar viool mee. Een opdracht begint altijd met tekenen, wat voor mij gelijk is aan de tijd nemen om te kijken en te ontdekken. De kop maakten wij in kle. W
e bekleefden dit met reepjes katoen. We naaiden een zak van katoen (allemaal om beurt aan de naaimachine! oef!!) en vulden die met zaagsel. Ik had toen nog lange woldraden. Restanten die mijn oma voor smirna gebruikte. Dus we gingen aan het omwinden met de kleuren die ze mooi vonden. Ik gaf wel een kleine demonstratie om te tonen wat kan. Maar ieder kind mag op zijn manier creatief met de woldraden gaan omwinden.
Als laatste werd het kopje beschilderd met acrylverf.
Spijtig is dat er ieder jaar werk niet opgehaald wordt na de tentoonstelling. We houden het altijd nog even bij. Uit plaatsgebrek gaat alles na een tijdje de container in. Altijd een triestig gebeuren. Deze twee mummies heb ik gered. Ze keken me zo lief aan. Helena en Marie, jullie Figaro en Sophie zijn in goede handen. Ik koester ze als had ik ze bij bijzondere opgravingen gevonden.

24.7.10

wachten





Midden de lage polders rij je rustig op de dijk. Je geniet van het landschap. Stelt vragen bij verbouwingen en de huizen die er sinds de vorige keer zijn neergepoot. Blijf je plichtsbewust stil staan bij een plots rood licht omwille van werken waar je niets van merkt. Aan de andere kant blijft het rustig. En toch wacht je omdat het zo hoort.
Het wachten overvalt me ook in vakantietijd. Thuis. Ik heb vaak het gevoel dat ik zoveel tijd verlies door het wachten op. Meisjes die langer slapen en een moeder die weinig lawaai wil maken. Een lege ijskast die gevuld moet worden maar dat ene meisje moet toch dringend het kapsel fatsoeneren. Het andere meisje kan de deur niet uit zonder de bril die even niet te vinden is. Wachten dan op wie nu vooraan op de passagiersstoel mag plaatsnemen. Beslist vergeten wie er de laatste keer zat. De tijd van het wachten vul ik met vlugge literatuur. Kijk wat rond. Volg het licht. Orden wat. Gelukkig is mijn wachtzaal niet even kil als bij de dokter. Ben ik niet verplicht om mediaroddels te lezen. Kan ik het me nogal comfortabel maken. En toch.
Het binnenlicht springt te vaak op rood. En net niet op de momenten dat ik dit zelf wil.
Hondsgeklaag. Altijd opnieuw. En dan hoor je: 'Maaammms, ik moet nu echt vertrekken. Anders kom ik te laat bij Stien.' Was bijna vergeten dat het groen was en ik weer aan de gang kan.

22.7.10

wirwar





De vakantiedagen glijden voorbij met een wirwar van dingen. Ik hoor me voortdurend zeggen: 'eerst dit en dan dat'. En dan wordt alles weer omgegooid. Pak ik er nog iets extra's bij. In augustus gaan we op kamp en er moet nog wat voorbereid worden. De bakker is geregeld. Suggesties voor de grote aankopen zijn bekeken. Het menu ligt zo goed als vast. De dames moeten nog verkleedkleren bij elkaar sprokkelen of maken. Bedenk ik pas dat het sjortouw nog moet aangekocht worden...
Maar we kijken er naar uit. De meiden voor het samenzijn met vrienden, de vuile spellekes, het lachen en lang opblijven en eindeloos kletsen, het lekkere eten (haha). Ik voor de sfeer. Het samenwerken. Het lege hoofd. Het lachen. Het buitenleven. Al dat jeugdig enthousiasme.
Zover is het nog niet. We tellen af en na een drukke dag trek ik me wat terug met een nieuw katoentje.

21.7.10

kroniek




van een familie

20.7.10

citroen





citroengeel, citroengras, citroennet, citroensap, ....

Ik heb me altijd laten vertellen dat Johannes Itten zijn leerlingen een stukje citroen liet eten voor ze de kleur en de vorm aan het papier vertrouwden. Rondom mij hangt nu een geur van citroengras en gember. Als ik die nu in kleuren zou beschrijven zijn het verwaterde citroengelen en limoengroenen, en alle tonen en tinten die ertussen drijven.
Elianne van
Rozijn heeft de warme maanden ingezet met een recept voor limonadesiroop. Bij warm weer gaat er steevast een schijfje citroen in het drinkwater of de thee. Maar iets homemade en zoetzuur en met de smaak van Bali al zit je op je eigen buiten?
We hebben het deze middag klaargemaakt. Citroengras gekneusd en zalig fijn gesneden. Gember therapeutisch traag in fijne blokjes. Citroenen en één limoen uitgeperst...
Ik kon het niet houden. Heb als dessert een glas water gemengd met de nog lauwe siroop. Het smaakt heerlijk. Ijskoud zou het nog lekkerder zijn. Dat ga ik seffens proberen.

19.7.10

vaag






Terwijl het halve dorp leeg liep richting Gent, reden wij de andere kant op. Trage zondagsrijders doorheen lage velden, langs een dorp dat het water zag vlieden. Over een grens waar de vrijheid lonkt.
Mijn hoofd had het al dagen nodig. Florence had opnieuw een 'poolparty' (zoals dat heet tegenwoordig) en Alice vond dat we samen wel een een 'seaparty' konden houden.
Het was misschien ook wel 'Een vage buitenlander' waar ik de laatste pagina van had omgeslagen. Zoeken naar de verbanden waarom een plaats je steeds weer roept en verademing brengt.
Op dus naar de kuststrook van mijn jeugdjaren: Groede. Meer dan dertig jaar zoeken we een plaatsje in de duinen. Rollen we in het zand. Prikken ons aan het helmgras. Bieden de duinruggen knusse ondersteuning bij een goed boek. Maar niet gisteren. De hele kustlijn is opnieuw vormgegeven. Drie strandpaviljoenen zijn neergepoot. Mooi en sfeervol! (Nederlanders zijn mensen met doorgaans een goede smaak) Een beachhouse moet je meteen met een duidelijk beat in de sfeer brengen, toch? Maar ik wil de zee horen ruisen. Het zilte water ruiken. Het klotsen van de brekende golven in mijn oren voelen. Ik wil geen vieze geur van gebraden vlees. Geen dreunende bassen die het ritme van mijn hart overnemen.
De meeuwen zitten met eenzelfde gevoel. Grote kolonies vliegen gevaarlijk laag over de baders. Ze houden jou in het oog alsof we hun territorium hebben geschonden.
Ik heb mijn jeugd gevoeld in het zand dat tussen mijn tanden knarste en in mijn schoenen schuurde. In de boten die voorbij vaarden en mij aan mijn vader deed denken die nooit naar zee ging zonder zijn verrekijker.
Even voorbij het bord met de mededeling dat de duinen het land beschermen tegen het water, hebben we mijmerend over de polders getuurd. Open landschap. Natuur. Links hoor je wuivend vlas en rechts de wind die met de golven speelt.
Mijn jeugd zit in mij. De belevenis is met de duinen opgeschept. Maar ergens in Zeeuws-Vlaanderen moet ik toch nog een stukje ontheemde zee vinden dat ik in mijn eigen land niet kan vinden.


'Een vage buitenlander: gerug naar Engeland' van Benno Barnard. Uitgeverij Atlas, 2009.

18.7.10

zijlijn





Er zou gewerkt worden in huis. Veel gepraat (onder mannen), dat wel. De één ziet het zo. De ander alweer anders. Na heel wat palaveren lijkt het hen verstandiger om de werken even uit te stellen. Jaren behangen moet nu toch verwijderd worden. (Vorige week: zeker niet! er komt wat boven).
Dit huis is een familiestuk. Ik maak de veranderingen mee langs de zijlijn. Pas mij aan. Word heel sceptisch als plots wordt aangekondigd dat morgen dit, of morgen dat.
Ik heb me in de namiddag wat teruggetrokken. Wat orde geschapen tussen de bobijnen en een nieuw katoentje afgewerkt. Toch iets dat veranderen kan in dit huis.

16.7.10

zeetaferelen




Vrouw badend aan zee. Nu nog een muurtafereel. Het afstomen wordt gestaakt tot we een doeltreffende manier gevonden hebben om de roze en blauwe laag verf van het papier te krijgen. Oerdegelijk naoorlogs materiaal dus. Vooraf grof schuren helpt ook niet en mijn ecohart weigert een sterk product op de muren te smeren. Wordt vervolgd. We verzinnen wel af en toe taferelen bij de restjes.
De foto kocht ik ooit op de rommelmarkt in Gent. Zit altijd in mijn notitieboek. Ik heb iets met de zee. Als het veel wordt in mijn hoofd verlang ik ook altijd naar het uiterste puntje van Normandië. De ruwe velden, de winderige stranden. Zeeuws-Vlaanderen doet me ook goed. Alleen mijn auto laat het na 11 jaar meer en meer afweten. Net een week zonder gezeten, gisteren in de garage bleek het al bij al mee te zitten. Vandaag ging het starten weer moeizaam. Dan klop ik zacht bemoedigend op het dashboard en fluister: man toch, laat me niet in de steek....

15.7.10

zoete donderdag





Eén van onze favorieten en ondertussen ook voor vele anderen: de Louise-taart. Ooit gemaakt omdat bij het recept geen grammen vermeld stonden. Alles was omschreven in tassen. Handig als je kleine kinderen hebt die van alles willen meedoen. Het is een plaattaart. Dus altijd lekker veel. Volgens het boek is ze lang houdbaar in een luchtdichte trommel. Grabbelhanden en zoete buiken nemen er liever eentje in het passeren.

Recept in: 'Geraffineerde gerechten voor drukke dagen' van Annabel Langbein.

13.7.10

tijdelijkheid






We zouden hier tijdelijk wonen. Tussentijds. Een paar kamers hebben we naar onze hand gezet: de meisjeskamers en de zolderverdieping. De rest liet ik maar zoals het was. Of niet. Het behang was wat druk en werd er met repen afgetrokken. Ondertussen zijn er weer plannen om het huis wat aan te passen aan onze moderne tijd. Een klein strookje papier langsheen de traphelling moest afgestoomd worden. Daar wou ik wel aan beginnen deze morgen. Alice en Florence zagen het werkje ook wel zitten. En zo kwam er van een streepje een strook en vervolgens een deel van de traphalmuur. Maar het ging moeizaam. Vooral de roze en blauwe laag. We hebben veel gelachen en gezongen tussendoor. Tine gaf de liedjes aan: bij de politie, handjes draai.... Heer Wolf kwam ons aanmoedigen. De streep staat proper. De traphal schreeuwt om verder te gaan. Hoe tijdelijk hou ik dit?

12.7.10

koelte





Grijsblauwe wolken die we omarmen. Gedonder in een dorp verder. De boom die sterk naar rechts gaat overhellen. Rustig in de zetel kijken naar de katoentjes die ik de afgelopen weken maakte. Wegdromen. De wind waait verkoeling door mijn hoofd. Een doordeweekse maandag die zegt dat van alles kan. Ik moet het gewoon aanpakken.

11.7.10

zoete wind




Er is een tijd voor. En een tijd na 9 juli 2009.
Voor. Weinig mensen zagen waar ik mee bezig was. Het werken gebeurde tussendoor aan mijn werktafel. Het was vaak als praten tegen mezelf. Wikken. Wegen. Veranderen.
Na. Schroom opzij schuiven en af en toe een glimp tonen van wat je maakt. Denkt. Ziet. Voelt. Maar ook ontdekken wat anderen waarderen. Hoe een oog rust kan vangen in een hectische dag. Hoe vormen en kleuren samen gaan. Hoe eenvoudig wonen kan zijn. Limonades en cupcakes willen uitproberen. Plots dromen van een man met een geruit strikje. Bij het naaien de foto zien van een oude dame die blauw borduurt. Ontdekken dat kinderen, waar zij ook wonen, zo inventief kunnen zijn. Ongedwongen. Moeders zich bekommeren. Terecht fier zijn. Voelen hoe groot de wereld is in afstanden en o zo klein in gevoelens.
Onwennig voelt het als iemand jouw dagelijkse doen nomineert met 'een award'. Zoals gisteren. Ingrid van 'Eye-Snacks' gaf die mij. Dan kan ik zo intens blij zijn. Dank je wel!
Maar ik ben iemand die het zo moeilijk heeft met ranglijstjes maken. Met de één boven de ander te stellen. Het lukt me niet.
Deze ochtend buiten dreef met de wind de zoete geur van lindebloesem mee. Ja! dat had ik nodig vandaag. Er is een blauwe lucht. Met de wind die enkel zichtbaar is in het dansen van de kruinen komt de geur van zoete linde je tegemoet. Kom buiten en ruik.
Als je neus begint te tintelen weet dan dat het een 'award' is die enkel voor jou is. Voor jullie allemaal!

(Ik werk niet graag met fitslicht. Maar mijn hand is onvast en de dames hadden er plezier in. Dus de lange sluitertijd speelt me parten. De idee van de foto vond ik er wel mooi bijpassen.)

10.7.10

stemmingen






Indien er een prijs zou bestaan voor de vrouw die graag vervelende taken vooruitschuift, dan maak ik een grote kans om die te winnen. Ik moet opstaan en voelen: ja, nu wil ik het huis een grondige beurt geven. Of, leuk om het gras te maaien. Wanneer het woord 'moet' in de buurt komt, zakt het lood me in de schoenen. Soms heb ik echt wel zin in een fris huis, zoals gisteren. Moet ik de planning omgooien. Neef Jitse is wat ziekjes en is graag bij mamonneke. Na de middag is het 'te' (echt, geen smoesje) warm om de draad weer op te nemen waar ik 's morgens mee wou beginnen.
In alle vroegte de deur opengooien. Zonnig licht in mondjesmaat binnen laten glijden. Blij zijn met zachte witte wolkjes die verschuiven. Bloemen water geven. Me nestelen met een kop koffie en toch weer verlangen naar een creatief moment. Wachten op de dames die maar langzaam ontwaken.
Ja, ik kan gelukkig zijn met kleine dingen. Laat dat nu net niet zijn wat anderen van mij verwachten.
Wat verderop slaan de kerkklokken droevig traag tegen elkaar. Iemand wordt begraven. In de namiddagzon zullen ze feestelijk luiden, er wordt getrouwd in het dorp. Stemmingen veranderen vlug op een zonnige zaterdag als deze.
Vergeef het hen, ze weten niet wat ze doen.


De telegram komt uit de collectie Edith & Marcel. Hij werd geschreven op 6/7 in 1948.