30.11.09

hoop


De laatste bladeren zijn vorige week meegewaaid met de regen. De boom is kaal. Hebben we geleerd. Niets is minder waar. De knoppen maken zich op. Ze staan al lichtjes bol voor de bloei.
Hoop in donkere dagen.

27.11.09

het handboek


van de kunstenaar volgens Cennino Cennini.
De manier om een berg te schilderen.
... neem een paar grote stenen, ruw en niet schoongemaakt en kopieer ze naar de natuur. Breng het licht en donker aan zoals de rede je ingeeft.

26.11.09

plu


Maar hopen dat we van dit weer geen waterhoofd krijgen. Dat alles in huis en jas en plu waterproof blijft.
Heb onverwachts wat extra tijd vandaag. Mijn penseel laat ik straks als een waterjuffer in mijn aquareldoos dansen.

24.11.09

twee wolken


van dochters heb ik.
Ja. Wie heeft geen wolken van kinderen? En ze hebben een moeder die meer dan vaak met het hoofd in de wolken vertoeft. Dus begon die moeder tussendoor broches te haken. Jullie raden het? Wolkenbroches.
Eén van die dochters heeft ook wolken van vriendinnen. Dus vriendin lief wou ook even rondhuppelen met een wolk op de jas. Dochterlief weet wel nog dat ze terug op eigen jas heeft gezeten, de broche. Maar ik vrees dat ze sindsdien in lucht is opgegaan.
Sinds gisteren kan ook andere dochterlief gewolkt rondhuppelen. Ik hoop voor een tijdje.
Ondertussen bleef de regen maar uit grijze wolken druppelen en zag ik op weg naar school over en weer schuivende ruitenwissers. Bijna stilstaand in een file toch wat groen door druppels heen gezien.


23.11.09

het is maar een woord




'Als ik het woord 'blauw' neerschrijf, ligt de lucht volgens mij vanzelf op mijn blad.'
km 35 in 56 kilometers van Bart Moeyaert

Het regent buiten en in mijn hoofd. Ik schrijf blauw om mijn dag in te kleuren.

22.11.09

meneer Ferdinand





Ik ben deze week helemaal in de ban van kleine dingetjes. Met schroom gooi ik het ringetje met zilverpapiertje van de melkdoos weg. Ik betrap me erop dat ik de tijd neem om het eerst te bekijken. Hoe is het gekruld? En dit allemaal na de tentoonstelling van afgelopen weekend.
Het boek 56 kilometer van Bart Moeyaert kwam deze week toevallig (bestaat er toeval?) in mijn handen. Daarin afgedrukt de eerste pagina uit de vertaling van The Merchant of Marvels van Frédéric Clément. ' Ik kus uw hand en stel me voor als Ferdinand: vent van vuurtjes en gravuurtjes, oude spiegels, miniatuurtjes, koopt de tijd en sloopt de ruimte, ruilt een wonder voor een droom, sprokkelt hier en sprokkelt daar de vreemdste koopwaar bij elkaar.'
En het idee ging aan het rollen. Ik ging aan het verzamelen in huis en zowaar. Een bijzondere doos koopwaar kon ik voorstellen. Bij ieder voorwerp hoort een bijzonder verhaal: een tandenborstel van Blauwbaard, de sleutel van de voorraadkamer van Sinterklaas, een schijfje van de hoogste boom die ooit groeide...
Mijn programma in het kinderatelier een beetje omgegooid. En dit verhaal gebracht. De kinderen tekenen ernaar en gaan nog een stapje verder. Dat is voor later. Later.









20.11.09

grijs


tussen hemel en aarde

19.11.09

rust


De afgelopen twee dagen waren zo druk dat ik vandaag enkel zin heb om in een mooi gestoffeerde zetel onderuit te gaan, een kop koffie (in mijn favoriete blauwe kopje) te slurpen en om te lezen van deze letters. Het één bijna uit, het andere om te beginnen.
Helaas. Mijn dag zal er anders uitzien en zo'n mooi gestoffeerde zetel is een toekomstdroom.
Maar toch een warm lichtpuntje. Straks ga ik met een kom soep wat bijpraten met een naamgenote. Het zal ook een welkom rustpunt zijn.
En vanavond maak ik wel even tijd om weg te dromen in dit tijdschrift, om vervolgens vannacht een toverformule te zoeken om meer tijd te vinden om creatief bezig te zijn.

16.11.09

de schoonheid




van flubbeltjes of het esthetisch van het alledaagse.
Wat bij ons thuis verdwijnt in blauwe of grijze zak, toevertrouwd wordt aan kringloopwinkel of containerpark wordt opgeslagen in het atelier en het hoofd van Jeroen. Stof tot nadenken. Handelen. Plakken, omwinden, schikken, herschikken. Bekijken op een afstand of trapjes nemen om beter te zien. Swingend aan dun touwtje, rondjes draaiend, zwartgerookt. Belicht. Uitgelicht.
De biotoop van een kunstenaar. Waar je op de tippen doorheen wil fluisteren. Met rode neus en rode oortjes.
Ik heb me nog nooit zo onbekwaam gevoeld om te fotograferen. Wou het alleen met jullie delen. Mijn beelden zeggen weinig. De 'biotopen' zeggen zo veel meer. Ga het zien.




15.11.09

feest



voor mijn ogen vandaag!
Deze namiddag opent de solotentoonstelling van Jeroen Frateur in deze galerie. We mogen er ronddwalen in zijn 'biotopen' van vrouwen en mannen gewikkeld in tere kleuren. Soms moet je even een laddertje op en mag je gluren in een theekopje of door een bol ruitje. En je voelt je wangen rood worden en jouw mondhoeken naar boven krullen.
We kennen Jeroen en zijn vrouw al jaren. We waren ateliergenoten en zijn altijd heel goede vrienden gebleven. En we zien elkaar groeien. Ook onze biotopen. Onze creativiteit. En eindeloos praten over schone dingen die we ontdekken in boeken en op schijfjes.
Deze namiddag vermoedelijk wat minder tijd voor mooie woorden, maar wat zullen mijn ogen feesten.
De getekende kaart maakte Jeroen voor mijn veertigste verjaardag. Volledig gevat. Zo ben ik. Een rode neus voor boeken en mooie dingen.
De foto boven komt van de uitnodiging en is genomen door Fotograaf Bart Van Leuven.




13.11.09

olifant



Hij heeft een vast stek in de huiskamer gekregen. Kan ik hem wat in het oog houden...




12.11.09

loft



Het woord 'loft' komt van het Oudnoorse 'lopt'. Kamer bovenin. Lucht.
Gisteren is neef Jitse blijven logeren en na een o zo lief 'Mamonneke, wakker?' zijn we opgestaan en hebben we speelgoed boven gehaald: blokken, playmobiel, knuffels, speelgoeddieren. En maar torens bouwen tot ze omvallen, naar een kikker kijken die wil vliegen, geluiden imiteren van wilde dieren...
De meisjes zijn met alle materiaal nog even doorgegaan. Architectendromen. Ze installeerden op het tafeltje (niet hoog, of ergens bovenin ons huis, maar juist heel laag bij de grond) hun loft. Met alles wat ze maar konden vinden. Dat deden ze vroeger ook al in hun poppenhuis. Geen voorgeschreven interieur. Een gezonde mix van oud en nieuw en vooral heel veel creatieve inbreng met stofjes, schilderwerk, wegwerpmateriaal.
Gisteren geen kinderspel met de poppetjes. Er was vormenspel, zoeken naar het opdelen van de ruimte, plaats geven aan verschillende functies in huis. Te mooi om in één veeg terug in de opbergmand te schuiven.
Nee, het was geen kinderspel. Ze hebben wat bijgepuzzeld in hun droomwereld.



11.11.09

familiearchief



In ons familiearchief. Een kookschriftje van mijn groottante Estella. Zij bleef ongetrouwd. Woonde in bij mijn grootmoeder tot haar dood.
Als beroep ging zij in het huishouden helpen van rijkere families. Ik herinner mij haar nog.
Historische momenten voor een feest. Handgemaakte kroketten. Het magische moment dat de aardappelpuree in lange staven uit de rolmachine kwam en we die zeer gelijkmatig doorsneden. De staafjes zorgvuldig door eiwit en chapelures haalden, zonder een afdruk van onze vingers na te laten.
Haar confituurtaarten, waar ik soms mocht meehelpen met het versnijden van de lintjes.
Maar hier recepten voor worteltaart, gestoomd brood, moes van bonen, rauw wortelgerecht voor bij den boterham, erwtengehakt, oorlogsmacaroni...
Op de foto staat Estella uiterst links met een dienblad in de hand. De achterzijde van het beeld is onbeschreven gebleven.



8.11.09

'flubbeltje'




Vandaag heb ik goesting om dit dingetje als flubbeltje te verwoorden. Niet zo jong meer. Al drie jaar oud en het huist in de buurt van mijn nachtlamp en literaire nachtvrienden. Het is er de tijd naar om dit even in herinnering te brengen. Toen ik kind was speelden we vaak met de clementines. We maakten de flinterdunne verpakking voorzichtig los, draaiden enkele malen aan de hoekjes en onze clementines gingen rollen. Günter Förg deed hetzelfde met tekenpapier op een ronde kei. Voor een 'blauw feestje' van het kinderatelier maakten we deze tafelversiering. Op een vierkant velletje tekenden we een tegel in Delfts blauw (nee, geen kermisblauw). Draaiden wat aan de uiteinden. Knipten uit blauw dubbelgevouwen papier het silhouet van de kop van een dier en bevestigden dit aan het papier. Rollen maar!
Het 'flubbeltje' was als woord in mijn oren blijven plakken. Deze week. Voortaan zouden bij typische Nederlandse woorden uit het Noorden en het Zuiden een verwijzing komen in de Dikke Van Dale.
Moet dat nou? Dacht ik. Als ik een mooi woord hoor wil ik het gewoon gebruiken. Zonder afkomst. Gewoon over mijn tong laten rollen. Bato mi noe als ik om een omhelzing vraag. Of tjoezemiene, het mooiste woord uit mijn dialect. Staat voor seringen. Sinds ik kind was voel ik duizend zoenen als de boom weer in bloei staat.

Toen ik kind was... had ik heel veel flubbeltjes om te koesteren. En die heb ik nog.

6.11.09

de blauwe zaal










Dinsdag reden we voorbij 'De Singel' in Antwerpen. Een warme gloed komt me overvallen. Sinds enkele weken denk ik heel vaak terug aan die dagen in dit cultuurhuis. Weet niet hoe het komt. Negentientweeënnegentig. Ik had brieven verstuurd of ik mocht schetsen tijdens repetities van orkesten. Verrassend genoeg kreeg ik heel wat reacties. Ik heb toen de keuze gemaakt voor het Nieuw Belgisch Kamerorkest. De momenten dat ik niet moest werken zat ik in de blauwe zaal. Te schetsen. Dit muziekseizoen heb ik meer geleerd dan in mijn grafiekjaren. Alleen al door te luisteren, te horen wat de dirigenten aangaven. Heel fascinerend.
Hoogtepunt voor mij was de repetitie met cellist Anner Bijlsma en violiste Vera Beths. De gedrevenheid van het musiceren vond zijn weerklank in mijn lijnenspel. Maar er was ook de masterclass met mezzo-sopraan Julia Hamari, het dirigeerwerk van Carl Davis (simultane muziek bij een stomme film van Erich von Stroheim) en Giora Bernstein, de repetitie van 'Le visioni di paura' van Wim Hendericx.
Ontmoetingen met passies. Onvergetelijk.








kleine dagen



Ondertussen ligt 'Loerhoek' (van Bernard Dewulf,2006) onder mijn hoofdkussen. Ik laat jullie eens 'loeren'* in mijn kleine dagen. Vakantietijd voor de meisjes en voor mij. Eigen tijd is tot een minimum herleid, de tijd die rest na het taxiën van hier naar daar, tot kwaliteittijd omtoveren. Dat is mijn doelstelling van elke vakantiedag.
We hebben Florence opgehaald van de volleybalstage in Brugge. (de foto is van haar) Ze straalde. Haar grenzen heeft ze weer eens verlegd, haar techniek is bijgeschaafd en dolle pret met vrienden en vriendinnen.
Gisteren heb ik rustig de tijd kunnen nemen om te koken, tussendoor hebben we broodjes gebakken want 's avonds waren we uitgenodigd. Heel bijzondere vriendschap. Ik was ooit de chiroleidster van de mama. Toen we opniew in mijn geboortedorp gingen wonen zat Florence in dezelfde klas als haar dochter en ze werden vriendinnen. Doen naschools veel samen. Tot vorig jaar (nu werk ik op woensdag) hadden we vaak onze woensdagmiddagbabbel met koffietje en iets lekkers. Ik mis het wel, die babbels. Maar dan creëren we andere momenten om eindeloos te praten. En het was weer supergezellig. Digitaaltje gewoon vergeten bovenhalen. Spijtig.

*loeren = scherp kijken - voor mij meer iets als gluren






4.11.09

onverwoestbare vrouwen

deze vrouwen, ze buigen maar ze breken niet... een zinnetje (dat waarschijnlijk niet juist is geciteerd) komt uit een liedje van Stef Bos, over de overwinningsdrang van de vrouwen in Zuid-Afrika. Ik schreef het destijds op onze krijtmuur in de keuken.


Deze week was ik ook aangenaam verrast toen ik voor het eerst de auteur Marie Ndiaye hoorde vernoemen. Ze krijgt de Prix Goncourt voor haar boek 'Trois femmes puissantes'. Ik vrees alleen dat ik nog even moet wachten op de vertaling. Of zou ik het toch eens in het Frans proberen. De taal van vrouwen, is die niet universeel? Leugens, bedrog, vernedering. Drie vrouwen, sterk en op het onverwoestbare af, het kwaad is hun deel. Hoe overleven ze deze periode?


Over vrouwen. Ik las nog in de Standaard (krant) dit weekend een commentaar dat wanneer meer mannen over vrouwen zouden denken als de schrijver van 'Kleine Dagen', het huwelijk meer kans maakt om te overleven. Ik moet het niet verzwijgen, ik heb een lezersboon voor Dewulf. Heb hem vooral ontmoet in zijn drang om te kijken, in het voelen van kleuren en in het ontplooien van het leven van een kunstenaar. Kunstboeken kunnen soms zo elitair historisch zijn; opsommingen van data, zijsprongen in het leven, ontmoetingen. Je slaat je erdoor. Maar bij Dewulf vond ik woorden die me lieten kijken en verrassen. Ik kijk sindsdien met andere ogen. Daar hou ik van. Er is een nieuw boek van hem uit. 'Kleine dagen'. Grote momenten. In kleine woorden. Kleine vrouwen die groot worden. Grote vrouwen die speels klein blijven. Wou dat het al onder mijn hoofdkussen lag.
Gisteren op de boekenbeurs in Antwerpen: nergens zijn boek gevonden. Heb ik zo slecht gekeken? Ik zal het morgen reserveren in de bibliotheek. Jullie horen er nog van.


Andere literatuur op mijn 'long list':
Een vage buitenlander.Terug naar Engeland. Benno Barnard.
De meeuw. Sandor Marai.
Berlijn 1989-2009.Cees Nooteboom.
Dagboek van een dichter. Leonard Nolens.

In het gezelschap van de fotograaf Michiel Hendryckx (hahaahaaa, stond gewoon naast me) bekeek ik twee mooie textielboeken bij uitgeverij Lannoo. Te prijzig (€65) om aan te kopen, maar misschien voor een kadolijstje?
Clothing the house. Furnishing textiles of the 1st millenium AD, from Egypt and neighbouring countries. Cäcilia Fuck.
3500 jaar textielkunst. Antoine De Moor.


Over de kinderboeken, die mijn ogen streelden, later meer.

1.11.09

mijn vader



We denken vandaag aan onze familie en vrienden die zijn gestorven. Maar er gaat geen dag voorbij of ik denk aan mijn vader. Deze dag is er één als elke dag.
Mijn vader. Hij stierf acht jaar geleden aan kanker. Zevenenvijfig jaar. Mijn vader. Toen we voor zijn uitvaart muziek beluisterden en de tranen begonnen te stromen zei Alice (die toen drie was): 'Waarom huilen jullie, opa is toch altijd lief voor ons geweest?' Ja, dat was mijn vader. Lief. Altijd daar. Een vader.
De foto nam ik in mijn studententijd. De leraar vond het negatief niet goed genoeg om af te drukken, te donker. Na zijn dood vond ik deze terug en een goede vriend heeft mijn vader uit het donker gelicht.
Het gedicht maakte ik enkele maanden na zijn dood. Herinneringen aan een zeewandeling toen hij net ziek was. Het water. Dat was de eeuwigheid voor mijn vader.
Het vitrinekastje heeft hij voor mij gemaakt. Na een museumbezoek in Tervuren, bevangen door de nostalgie die het toen uitstraalde, wou ik kleine kastjes met een glaasje voor dat ik kon uitschuiven. Hij maakte het voor me. Mijn pronkcollectie erin wisselde. Sinds acht jaar is het onveranderd gebleven. Het is zijn herinneringskastje geworden. Alleen af en toe een bloem erbij, overblijfsel van mooie feesten waar hij niet bij kon zijn, een scherf, 'borstbeeld'... Het enige wat wisselt. Mijn vader.