30.9.10

verzameling





Ik hang ze over elkaar heen. Het borduur- en naaiwerk van de afgelopen dagen. En ik neem langzaam de draad weer op.

29.9.10

ode




Aan het water.
In Ivoorkust sneed ik mij en zonder er bij na te denken liep ik naar de kraan en liet het water stromen. Ik hield er mijn vinger onder. De familie kwam toegesneld, ving wat water op in een kom. Draaide de kraan dicht. Ik had mijn les geleerd. Het rood steeg mij nog meer naar de wangen.
Deze ochtend heb ik het water wel laten stromen. Sinds lang, heel lang. We kunnen het bijna niet geloven maar de badkamer is gebruiksklaar. Eens de kinderen naar school ging ik rustig onder de douche staan. Liet het water zacht over me heen druppelen. En net bij de gedachte: wat kan dit toch verkwikkend zijn, hoor ik een zachte stem bij de deur. Mama, mama. ???? 'Mama, de bus rijdt niet. Wat moeten we doen?'
Ik heb de kraan dichtgedraaid. Ben vlug in de kleren gesprongen. Heb een oplossing gezocht.

Een eerste douchebeurt. Met hindernissen. Maar het was zalig.

23.9.10

hoop




Voelen wie je vrienden zijn. Op onverwachte momenten. Tussen al het hectische door. Rust nemen. Kletsen. Delen. Kunnen achterom kijken en zeggen: na al die jaren zijn wij nog steeds vrienden. Dat voelt zo behaaglijk aan. Als een sjaal die om jouw schouder wordt geslagen en je net die warmte geeft die je nodig hebt.

Genieten van hun homemade confituur van pruimen, tomaten uit de vriendenserre die smelten in de mond. Een berichtje. Een kaartje waarbij je voelt dat het niet zomaar is uitgekozen. Telefoongesprekje. Kleine momenten die zoveel betekenen.

Vandaag mocht ik een prachtig witte doos in ontvangst nemen. Mijn O zo goede vriendin! haakt sierlijk mooi. Morgen tooi ik me dus met een prachtige omslagsjaal. Over de schouders. In groen. De kleur van hoop. En ik laat me verwarmen door vriendschap.

22.9.10

groen







Onder een groen loofscherm hebben we een kleine herfstwandeling gemaakt in het kasteelpark van mijn dorp. Tine vergezelde me. Verrassende kreetjes. Van begin tot einde. Dat ze wel heel heel veel stappen moest zetten. Zie, zo hoog. Kan ik zo hoog groeien? Klein is schattig. Nee, niets met bruine plekken. Dat is vies! Zo'n lief kevertje. Ik hou niet van eikels met een hoedje. Was Mega Mindy in dit kasteel? Zijn er ook boeven? Mega Toby was er wel, dat weet ik zeker. Kijk die paddestoelen! Zo veel. Zoeken maar, mémé. Tussen de bramen, mémé! Mijn oor hoort iets. Sssst! Ja. Gehoord.
Een mooie nazomerdag. Nog groen. Onder onze voeten voelden we de herfst kraken. Geduldig hangend over de muur wacht kiwigroen op de eerste vorst om geoogst te worden.

blauwe dagen




Er was blauw de afgelopen dagen. Nu even naar het park. Kijken of het groen verdwijnt en plaats maakt voor geel, rood of bruin. Florence heeft voor de les plastische opvoeding verschillende boomblaadjes nodig. Zij heeft een druk programma vandaag. Drukker in ieder geval dan ik.
En ik kan wel wat buiten verdragen.

21.9.10

doordeweeks





Gisteren. Tijd genomen om te werken. Maar die tijd is broos. Neef Jitse wou zo graag na school bij mamonneke zijn en dat wil ik dan niet missen. Florence stuurt stiekem een berichtje uit het Belfort te Gent (ze had een dag in de stad met school). 'Ben vroeger thuis'. En waarom niet. Gebakken cake nog vlugger laten afkoelen buiten. Alice heeft dan weer een bus later. 's Avonds als de meisjes werken voor school, sluip ik naar boven en naai wat verder. Heerlijk.
Vandaag wordt weer een gevulde dag. Alice vertrekt morgen voor drie klasdagen naar de Belgische Ardennen. Haar tas moet gemaakt worden. Boodschappen gedaan. Ik haal Jitse van school.
Maar tussendoor weet ik wel gaatjes te vullen met knippen en schikken en naalden draden.

20.9.10

getroffen



Ik werd getroffen door een kleur. Zaterdag. Door blauw. Oud nieuws, denken jullie. Loop ik tussentijds binnen in een gewoon verkooppunt om een half uurtje te overlappen. Blijf ik treuzelen bij één doosje. Een doorzichtig doosje met 7 neusdoeken. Neem het in de hand. Volg de kleuren van links naar rechts. Van rechts naar links. Voel ik de ogen van de verkoopstertjes in mijn rug branden. Voor hen is het verkoopwaar. Voor de oma is het de zondagse neusdoek die ze in de broekzak van opa stopt voor hij gaat krulbollen. Of schieten. Grote zakdoeken voor heren. Klein voor dames en nog kleiner voor kinderen. Al dat onderscheid is niet voor mij.
En ik. Word ik opgezogen door de schakeringen van blauw. Van ochtendfris wit tot het nachtblauw. Hoe ze zich knus opgerold naast elkaar schikken.
Ik heb ze gekocht. Voor een klein prijsje. Daar kan ik iets mee, dacht ik. Maar hoe langer ze hier op de werktafel staan, hoe mooier ik dit vind. Ik hou het voorlopig zo.

18.9.10

1967






Morgen schuif ik een drie naast de vier. Drie is mijn geluksgetal, zegt Alice. Ik wil haar graag geloven.

17.9.10

kinders*

kinders



'Kinders', zei mijn moeder wanneer ze ons - de kinderen- bedoelde. Het kon kort en bondig klinken, als een bevel. Dat was het dikwijls ook. Soms uitte ze het in een zucht van radeloosheid: 'Kinders (toch)!' Of het klonk als een kreet om onze aandacht te trekken.'

(Openingszin in Kinders van Eric De Kuyper. Sun, 1998)

Het woord hoort ook bij mij. Met een mijn voor. Zeer bezittelijk, eigenlijk. Ze behoren ook iemand anders toe. 'Zolang het kind in je buik zit, is het van de moeder. Eens geboren, is het van iedereen.' Afrikaanse wijsheid. En ik moet slikken.
Kinders hoort bij mijn opvoeding. Het dorpsdialect. Bij vroeger. Het is helemaal vandaag: kinders. Ik spreek de meiden nooit zo aan. Zeg: Alice, Florence. Met denkbeeldig uitroepteken. Vraagteken. Dik punt.

Wanneer ik denk, zijn het 'mijn kinders'. Elkaar verstaan met een blik, een trek om de mond. Luisteren. Lachen. Delen. Herkennen. Zorgen voor. Volgen...
Gedachten die ik niet kan loslaten. Die van mij zijn. Een moederkloek.

Gisteren nestelden de meisjes zich in mijn hoofd. De mooie gedachten heb ik vastgenaaid. De slechte heb ik doorgeknipt.

15.9.10

kabbelend




Deze middag wachtte ik op de boot op Florence. Het kabbelende water gleed onder me voort. Mee met de wind. Niet wetende waar haar kronkels eindigen. Niet wetend. Maar het zag er rustig uit. Ik kon de beweging horen. Als ik maar stil genoeg was.
Tussen het kabbelen van de dagen label ik nieuwe vormen. Enkele. Ook samen.

12.9.10

inside






Op twee juni besliste ik om mijn werkproces vast te leggen in een schriftje. Blijkt nu ook een keerpunt te zijn geweest. De foto's komen dan af en toe in 'kermisblauw' terecht. Opvallend ook dat dit stil lag tijdens de zomervakantie. De rust is er dan niet. Ik vond (gelukkig) af en toe wel tijd om nieuwe katoentjes uit te werken.
Deze week ben ik er mee verder gegaan. Het dagelijkse ritme krijgt weer vorm. De dames zijn nu samen vroeg de deur uit. Ik heb wat extra dagtijd. Kan zalig zijn.

11.9.10

ik, vlinder






Niet het seizoen voor vlinders. Toch een prachtige nazomerdag. Sinds gisteren weet ik hoe 'ik, vlinder' in het Fins klinkt. Minä Perhonen. Dat dit staat voor de ontwerper Akira Minägawa waar we stilaan allen voor aan het fladderen gaan. Bij dit artikel krijg ik vleugels. Beeld, tekst. Opnieuw en opnieuw. (portret op p.119 in Elle wonen, oktober 2010)
Wat zal ik eerst gaan doen? Is het één niet te voor de hand liggend? Maak ik een serie van het ander?
Bevestig ik de stukgeknipte stukken op een eerder lap die is blijven liggen? Maak ik plaats voor iets anders?
Misschien eerst nog even bladeren in het tijdschrift en weer minutenlang staren naar de foto's en dan...

10.9.10

geknipt






Gisteren wou ik het anders aanpakken. Gedachten vallen soms langzaam samen. Heel langzaam. Momenten van grote twijfel ook. Ik probeer nooit te forseren. Werkt averechts. Bij mij.
Dan zit ik aan de tafel en start anders dan ervoor. Plots. Omdat het al een hele tijd ergens genesteld zit. Omdat het herfst is en tijd van oogsten? Van rijpheid. Omdat het een mooie ochtend is?Omdat ik opgelucht ben omdat in het kamertje onder mij uiteindelijk de werken zijn voortgezet?
De gedachten worden aan elkaar gerijgd. Zenuwachtige steken. Ernaar kijken en denken: is dat het?
Opgelucht alles in repen en stukken verknippen. Nu ligt het daar. Geknipt.

Geen mislukking. Een stap die moest. En nu opnieuw langzaam wachten tot alles goed valt.

9.9.10

keerzijde




Soms laten de dingen zich van beide kanten zien.

8.9.10

vier!




Metekind Tine wordt vier vandaag! Hieperdepiep! (X4) En het is grappig. Ik herken me meer en meer in haar. Haar grimassen. De dromige afwezigheid af en toe. Haar creativiteit! Ze weet heel goed wat ze wel en niet wil. Helemaal ik! (Een beetje verontrustend voor zuslief, denk ik). Maar het maakt mijn meterschap heel bijzonder. Afgelopen vakantie was ze heel veel hier. Ze liet me weten dat ze ook een katoentje wou: in roze want blauw is niet zo mooi. Ik heb voor haar een verjaardagsversie gemaakt.
Op de pony zitten mijn zus (vooraan) en ik. De blik in mijn ogen, de trek om mijn mond. Ja, ook daar gelijkenis met Tine.
Maak er een feestelijke dag van (en negeer de regen)!

7.9.10

waas




En die dagen dat je zo dicht zit te staren tot je niets helder meer zien kan.
Laat ze oplossen in een waas van blauwe strepen.

6.9.10

restanten






Het kleine uitstalraam van Sofie Lachaert in de Zwarte Zusterstraat te Gent lokt me al jaren. Mijn ogen zuigen de schoonheid en de eenvoud van wit. Duidelijke vormen. Vormen waar gevoel in shuilt. Het is een concept waar ik heel veel bewondering voor heb. Maar geen budget. Durf dan ook nooit binnenstappen en plak meestal met mijn neus tegen de ruit. Een tijdschrift is voor mij dan ook een heiligdom: ik kan binnengluren en genieten zonder ik rekening hoef te houden met wat ik kan of waar ik helemaal niet de mogelijk toe heb. Zo ligt al een tijdje op mijn secretaire een oudere Elle-wonen open. Een ander logeeradres van Sophie Lachaert te Tielrode. De plaatsing van meubelstukken en gebruiksvoorwerpen (design en oud) in de ruimte, het vleugje rood, het licht. (Gisteren schreef ik over een ander project: 'Sleeping out of the box'.)
In huis is er ook een twist tussen restanten uit een andere tijd en nieuw. Er staan stukken uit noodzaak, met andere speel ik. Wissel ik. Er is geen eenheid. Nog niet en misschien ook nooit.
En er zijn de tijdelijke restanten waar ik de laatste tijd voor val. Het kaarsvet dat van de wiek druipt. Het hart van de framboos (nadat ik elke sappig rood bolletje op de tong heb laten knallen).

5.9.10

puur






Een klein uitje deze middag. Oeverture. In Gent kon je op verschillende locaties kennis maken met design. Gestart in de Goudstraat met de 'Nieuwe Oogst' van Design Vlaanderen. Daar smolt ik voor de werken van maison caro (foto 2). Poëtisch. Puur. Ik kon helemaal wegdromen in een tijdelijk verblijf waar je de tijd alleen wil rekken. Ook hier werk van Caro (foto 4). In hetzelfde huis een werkje op de badkamermuur dat helemaal mij is. (foto 3, kunstenaar mij onbekend). In het MIAT (museum voor Industriële Archeologie) ontmoette ik Ilse Acke. Ik volg haar blog al even nu. De geweven sjaals zijn zoveel mooier, speelser, verrassender dan op de foto! Om lang naar te kijken en van te genieten. (Geen foto, durfde mijn cameraatje niet boven te halen, stom hé?)
Als afronding bezocht ik de showroom van Bulthaup te Gent. Een plek waar ik al altijd al eens binnen wou stappen. Kon één van de keukenmodellen maar hier in huis. Groot werkvlak. Open. Prachtige voorraadkast, of servieskast of materiaalkast. Alles bij de hand. Wat zou koken weer een feest worden.
Ik kreeg een kookboek als geschenk. Om nog meer te dromen. Om te blijven dromen.