Posts tonen met het label dorp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dorp. Alle posts tonen

10.5.12

René





Er is nog maar weinig in mijn dorp dat aan de kinderjaren doet denken. Wat erfgoed in stenen. De school waar al een hele tijd niet meer geleerd wordt, de kerk, de kastelen (maar zonder de baron en de barones). De molen die soms op zondag draaiende wordt gehouden. Groen is vervangen door gestapelde muren. De hoofdstraat is een verbindingsweg geworden.
Geen dorp meer waar je melk haalt bij de boer en op zomeravonden, al zittend op de dorpel, die lauwwarm uit een glas drinkt. Geen dorp meer waar meer kalveren en varkens geboren worden dan kinderen. Geen dorp meer waar het vanzelfsprekend is dat er gegroet wordt bij het passeren.

Mijn dorp is deze week wat armer geworden. Mijn overbuurman, sinds de kindertijd, heeft het gevecht met zijn ziek zijn verloren. Hij was een man die vroeger nog kon linken aan vandaag. René boerde tot enkele jaren terug, maar klein. Enkele koeien. En zijn boerenpaard. Nooit heeft die man een tractor op zijn erf gehaald. Hij vertraagde het verkeer in de dorpsstraat. Hing met zijn benen schuin over de kar, sigaartje in de mond en stelde zijn paard gerust. Ju. Ju. Perd. Ju. We haalden er elke dag verse melk. Het was toen nog heel gewoon dat er geboerd werd in een dorp.
Je zegt René en zijn boerenpaard. Voor het plezier van anderen en voor hemzelf.

Zaterdag zal het even stil worden. We zullen hoefgeslag horen tegen het beton. Ze brengen hem met paard en kar tot de kerk. Zo verbonden. Tot het stopt.
Ik steek nog een laatste keer mijn hand op en roep jow! René.  En mijn hoofd maakt een knik naar beneden. Zoals ik deed als ik uit de keuken kwam, van onze oprit reed of voorbij stapte.
En ik vergeet de droom niet. Hij stond voor ons huis. Ik reed met de fiets (toen fietsen net weer kon vorig jaar) voorbij zijn huis. Hij moedigde mij aan alsof ik deelnam aan een koers. Ik hoorde hem iets roepen: 'ge zijt goe bezig'.

Ik mag nog even verder rijden. René niet. Mijn hand omhoog. Jow! René. Jow!

Met Jow! zeg je een goedendag, in ons dorp. Op de foto zie je een detail van een gebeeldhouwd boerepaard door  Jo Van Rijckeghem.




28.10.11

de weg





















Door ons dorp heen is jaren terug een Industrieweg getrokken. Rechts van die weg ligt de werkzone voor veel van onze dorpsbewoners en mensen uit onze gemeente. De dorpskernen liggen er vereenzaamd ingeplant tussen de industrie en de nieuwe haven. Eén oude wijk is volledig van de kaart geveegd. Doel in het klein. 
Links van die weg de woonzones. Kleine bosjes. Landelijke wegen. In het oor gedruis van de industrie. Auto's die zich haasten om hun vrijdagse bestemming te bereiken.
Als ik daarlangs fiets denk ik na of ik die weg ook bij mijzelf kan aanleggen. De scheidingslijn tussen leven en werken. Mul zand omploegen tot stevig beton? Of hou ik het bij een dun paadje waar ik af en toe van kan afwijken?




 

9.6.11

vleugels




















Woensdag en zaterdag ben ik altijd in de stad. En 'passant'. We hebben het er vaker over bij de maaltijd. Waar willen we het liefste wonen? Voor mij is het duidelijk. Ik heb de stad nodig. Alles dichtbij. Te voet, met de fiets, tram, bus... Cultuur. Vrienden. Mensen. Verschillende mensen. De huisgenoten hinkelen opnieuw. Vandaag het dorp en morgen de stad en terug. Mijn mooie herinneringen liggen verborgen tussen de straatstenen, daar. Die van hen waaien door het dorp. En we praten maar door alsof er een optie was om te kiezen. 
Mijn nummerplaten liggen op de tafel. Straks heb ik officieel geen auto meer. De kangoo heeft ons na al die jaren volledig in de steek gelaten. Weigert nog met ons de baan op te gaan. De gedachte is moeilijker dan ik had verwacht. Heb er ook al een hele tijd over gedaan om deze beslissing te nemen.
Stadsvogel, waar zit je? Ik wil wegvliegen.

10.7.10

stemmingen






Indien er een prijs zou bestaan voor de vrouw die graag vervelende taken vooruitschuift, dan maak ik een grote kans om die te winnen. Ik moet opstaan en voelen: ja, nu wil ik het huis een grondige beurt geven. Of, leuk om het gras te maaien. Wanneer het woord 'moet' in de buurt komt, zakt het lood me in de schoenen. Soms heb ik echt wel zin in een fris huis, zoals gisteren. Moet ik de planning omgooien. Neef Jitse is wat ziekjes en is graag bij mamonneke. Na de middag is het 'te' (echt, geen smoesje) warm om de draad weer op te nemen waar ik 's morgens mee wou beginnen.
In alle vroegte de deur opengooien. Zonnig licht in mondjesmaat binnen laten glijden. Blij zijn met zachte witte wolkjes die verschuiven. Bloemen water geven. Me nestelen met een kop koffie en toch weer verlangen naar een creatief moment. Wachten op de dames die maar langzaam ontwaken.
Ja, ik kan gelukkig zijn met kleine dingen. Laat dat nu net niet zijn wat anderen van mij verwachten.
Wat verderop slaan de kerkklokken droevig traag tegen elkaar. Iemand wordt begraven. In de namiddagzon zullen ze feestelijk luiden, er wordt getrouwd in het dorp. Stemmingen veranderen vlug op een zonnige zaterdag als deze.
Vergeef het hen, ze weten niet wat ze doen.


De telegram komt uit de collectie Edith & Marcel. Hij werd geschreven op 6/7 in 1948.

24.5.10

versiering




Verhalen op de stenen urnen van het kasteelpark. Een duivels staartje. Theatraal verlangen. Afweren. Vluchten. De gevaren van passionele liefde getokkeld op de lier. Ik kom er ooit wel achter!




23.5.10

avondgroen





Net voor ik me laat verwennen met de hoofdkussenverhalen van Sei Shonagon fietsten Alice en ik naar het kasteelpark van ons dorp. (Florence heeft een pyjamaparty met vriendinnen.) We schreden door de dreven. Groetten de koeien. Alice ontdekte een dood vogeltje op ons pad en schoof het voorzichtig naar de graskant. Ik genoot van de liederlijke taferelen op de stenen urnen bij de brug terwijl onder het watergroen de kikkers hun zinnen luidruchtig op het nageslacht hadden gezet.