Een foto. In zwart en wit. Een heer duwt met zijn rechterhand zijn grote ronde bril op het voorhoofd. Hij kijkt naar een vaas en drie flessen die voor hem op de tafel staan. Hij heeft een huis met kamers. Eén kamer heeft rekken met flessen, kommen, vazen. Ze werden nooit afgestoft. Nooit. Hij bracht ze naar zijn atelier. Plaatste ze naast elkaar. Verplaatste één object. Schilderde opnieuw. Tekende. Op zijn tafel markeerde hij telkens met potlood de plaats van het voorwerp.
Hij was een vliegenier. Nee. Een uitvinder. 'Maar,' zei Aimée: 'hij was een kunstenaar natuurlijk'. Gelijk heeft ze. Morandi was een kunstenaar. En dat was het begin van een namiddag vol vorm- en kleurplezier. Vorm. Restvorm. En een samenspel van beide. Lievelingskleur. Plus lievelingskleur. (Gelukkig was er geen roze verf!) Tekenen. Stempelen.
De juf viel bijna van haar stoel van verbazing. Bijna.
2 opmerkingen:
Ik val ook ver van mijn stoel! Prachtig!
heel erg mooi hoe ze zo opgaan in het werk van morandi.
Een reactie posten