2.11.11

pépé Roger












 

















Terwijl de vroege avond langzaam de kamer verduisterde heb ik gisteren vier uur lang geluisterd naar de vroolijke tocht van Cyriel Buysse en Michiel Hendryckx. Zou er één onderwerp bestaan waarover de fotograaf geen mening of visie heeft? Het werd een eerbetoon aan koning auto en drukke stadspleinen. Bezienswaardigheden en ontmoetingen. Verrassend om horen. Ik zat er soms stil bij te gniffelen. Over het ommetje die de auteur maakte met de schilder Emile Claus  langs het huis van Claude Monet te Giverny. Hoe ze hun wagen langs de tuinmuur parkeerden en de oudere Claus op de muur klom om misschien een glimp van de grote kunstenaar te zien. Daar zat hij dan, op een tuinbank, in gezelschap van zijn dochters. Dan voel je jouw hart meekloppen, niet?

Mijn grootvader had geen auto. Kon er niet mee rijden. Hij kon paardrijden. De enige grote reis die hij maakte legde hij met de trein af in de heenreis. Te voet terug. Op negentienjarige leeftijd werd hij krijgsgevangen genomen en meegevoerd naar Duitsland, in de omgeving van Düsseldorf. Daarna was zijn wereld zijn huis. Zijn moestuin. Het dorp. De verplaatsingen met de fiets naar de huizen die hij als metselaar bouwde. Die ene reis was voldoende geweest. Die kreeg hij niet meer uit de kleren.




Geen opmerkingen: