17.9.10

kinders



'Kinders', zei mijn moeder wanneer ze ons - de kinderen- bedoelde. Het kon kort en bondig klinken, als een bevel. Dat was het dikwijls ook. Soms uitte ze het in een zucht van radeloosheid: 'Kinders (toch)!' Of het klonk als een kreet om onze aandacht te trekken.'

(Openingszin in Kinders van Eric De Kuyper. Sun, 1998)

Het woord hoort ook bij mij. Met een mijn voor. Zeer bezittelijk, eigenlijk. Ze behoren ook iemand anders toe. 'Zolang het kind in je buik zit, is het van de moeder. Eens geboren, is het van iedereen.' Afrikaanse wijsheid. En ik moet slikken.
Kinders hoort bij mijn opvoeding. Het dorpsdialect. Bij vroeger. Het is helemaal vandaag: kinders. Ik spreek de meiden nooit zo aan. Zeg: Alice, Florence. Met denkbeeldig uitroepteken. Vraagteken. Dik punt.

Wanneer ik denk, zijn het 'mijn kinders'. Elkaar verstaan met een blik, een trek om de mond. Luisteren. Lachen. Delen. Herkennen. Zorgen voor. Volgen...
Gedachten die ik niet kan loslaten. Die van mij zijn. Een moederkloek.

Gisteren nestelden de meisjes zich in mijn hoofd. De mooie gedachten heb ik vastgenaaid. De slechte heb ik doorgeknipt.

2 opmerkingen:

Marieke zei

Kahlil Gibran heeft er een mooi gedicht over geschreven: 'kinderen'...

**EYE-SNACKS** zei

Oh wat prachtig geschreven! Soms krijg ik kippevel bij jouw schrijfsels,zo uit 't hart en verfijnd.
Dankjewel!