Oefening. Neem een blad papier. Teken vijf rechte lijnen met een tekenpotlood. Je begint telkens aan de rand van het papier en eindigt aan om het even welke andere zijde. Teken vervolgens 5 gebogen lijnen, van de ene zijde naar de andere. Kleur elk vakje in met waskrijt. Kies de kleuren die je mooi vindt. Knip op de potloodlijnen de stukken uit. Vorm met deze puzzelstukken een bewegend persoon. Niet alle stukken moeten gebruikt worden. En af en toe kwam enge inge langs en strooide alle stukjes weer door elkaar. Niet omdat het niet goed was. Zoeken is ontdekken. Je kleeft jouw figuur op papier en knipt het uit. Gewoon. Papier. Potlood. Kleur. Schaar en lijm.
1 opmerking:
stuur je me een mailtje met je adres dan stuur ik je het recept op.
Een reactie posten