17.2.10

de stad



Mijn avondmoment. Uitgezakt lezend in mijn oude zetel. Deze week bij het openen van Lucifers bij de hand van Luc Devoldere was het meteen een voltreffer. Lees het openingsfragment mee.

'Er zijn twee soorten steden: de stad waar men woont, en alle andere. In alle andere kijkt men in de straten op naar de verlichte ramen en beeldt men zich in hoe daar onder de lampen wordt geleefd, en hoe het zou zijn als men er zelf leefde. In de stad waar men woont, verplaatst men zich. Men heeft er al een plek, dus kan men er niet dromen. Tenzij van de andere steden.
... Ik heb de stad waar ik zou willen wonen nodig. Ik houd niet-geverfde kamers aan, niet-afgewerkte ruimtes om mijzelf ervan te overtuigen dat ik er toch niet blijf, dat ik 'voorlopig' woon. Ik woon er omdat ik nu eenmaal ergens moet wonen. Misschien wil ik gewoon in de tot staan gekomen beweging die een huis is, de tent blijven vasthouden; iets behouden van het atavistische geloof dat men elk moment kan opbreken om een kudde of een windrichting te volgen.'

Lieve Ine wil me helpen met het weghalen van jaren behang. Maar gisteren bij valavond door de stad gereden. Binnen gegluurd bij het huis met de vlaggetjes, net voor ik het drukke punt op moet. Dromen van een leven achter een mooie gevel. Voorbij het huis gereden waar de kinderen zijn geboren. Thuiskomen en denken dat het niet staat die strippen maar stil hopen dat als ik de verfkwast bovenhaal het voor een stadshuis zal zijn.

13.2.10

zoals





'Wat is het moeilijk om mensen te doen begrijpen dat van iemand houden niet noodzakelijk moet leiden tot het maken van zijn beeld in een sculptuur of een schilderij, zoals kunstenaars reeds eeuwenlang doen, maar wel tot het scheppen van de mogelijkheid voor de mens om zijn droom te verwezenlijken zoals de plant de bloem voortbrengt.'
Hans Arp.

8.2.10

blind




voor zoveel schoonheid...

7.2.10

beestig bezig





Met hulp van de klos met gouden garen heeft Theseus gisteren zijn weg uit de doolhof teruggevonden. Hij had in het hart van de donkere gangen de mensstier gedood. Koelbloedig. Als alleen een held dat kan. Het was hem niet gelukt zonder het bloedend liefdeshart van Ariadne.
Even koelbloedig hanteerden de kinderen van het atelier was, zwarte verf, schaar, lijm, kleurpotlood, krijt. Ze lieten zich niet al te veel afleiden door bewonderende woorden van binnenlopende ouders, grootouders, vrienden en vriendinnen. Ze bleven heldhaftig schilderen en knippen en plakken.
Ze verdienen een medaille. Voor moed en durf. Voor zoveel creativiteit.









5.2.10

kinderhand


Kon ik maar schrijven dat dit mijn werk was. Niet, dus. Ik kreeg deze 'zwarte tekening' van mijn driejarig metekind Tine. Voor Alice had ze een kikker getekend. Voor mij 'gewoon een zwarte tekening'. Ik ben er verzot op. Ook de idee dat ze niet iets voor mij moet maken dat 'iets' voorstelt. Gewoon zwart. En ik zie haar hand schuiven en draaien.
Ik ben er gewoon weg van. Kan er zo lang naar kijken.
Een schildering om heel lang te koesteren.
Voor de onderste foto heb ik het werkje op papier eventjes voor het raam geplaatst, kon ik al die beweging volgen.

4.2.10

twee



Neefje Jitse mag vandaag twee kaarsjes uitblazen. We hebben een 'zakdoekkaart' met (jawel, weer) wolken gemaakt.